1. Wat zijn successierechten?
Successierechten zijn Vlaamse gewestbelastingen op erfenissen. De belasting is verschuldigd op de waarde van alle goederen die uit de nalatenschap van een rijksinwoner worden verkregen, na de aftrek van de begrafeniskosten en eventuele schulden.
terug2. Wanneer moet ik successierechten betalen?
Bij een overlijden bent u als erfgenaam verplicht om aangifte te doen van de nalatenschap van de overledene. U moet die aangifte doen bij het bevoegde belastingkantoor van de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen (AKRED) binnen vijf maanden na het overlijden. Als de erflater overlijdt in een ander Europees land, bedraagt de aangiftetermijn zes maanden. Bij overlijden buiten Europa wordt de termijn verlengd tot zeven maanden.
terug3. Wie is verplicht successierechten te betalen?
Iedereen die uit het bezit van een overledene iets ontvangt, is successierechten verschuldigd op de waarde van het verkregen goed. De erfgenamen zijn doorgaans de familieleden van de overledene: de echtgenoot of echtgenote, kinderen, kleinkinderen, maar ook ouders of grootouders, broers en zussen, neven en nichten ...
Het is ook mogelijk dat niet-familieleden door een overledene (bij testament) begunstigd worden. Dat kunnen zowel privépersonen als openbare besturen, vzw's of instellingen zijn.
terug4. Hoe en waar moet ik aangifte doen van de nalatenschap van een overledene (successierechten)?
Bij een overlijden bent u als erfgenaam verplicht om aangifte te doen van de nalatenschap van de overledene bij het plaatselijke belastingkantoor van de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen (AKRED) dat bevoegd is voor successierechten. Tot welk plaatselijk belastingkantoor u zich moet wenden is afhankelijk van de plaats waar de overledene het laatst gedomicilieerd was.
Uitzonderingen:
- Als de overledene tijdens de laatste vijf jaar in meerdere gewesten gedomicilieerd was, doet u aangifte:
- op het kantoor van de plaats waar hij het laatst gedomicilieerd was
- binnen het gewest waarin de overledene tijdens die periode het langst gedomicilieerd was.
- Als de overledene geen rijksinwoner is, doet u aangifte bij het plaatselijke belastingkantoor (AKRED). Welk kantoor dat is, wordt bepaald door de ligging van de onroerende goederen die de overledene toebehoorden.
U dient een aangifteformulier in dat u kunt halen bij het plaatselijke belastingkantoor. U kunt het aangifteformulier ook downloaden op http://finform.fgov.be.
terug5. Welke tarieven zijn van toepassing voor successierechten?
De toepasselijke tarieven voor successierechten verschillen naargelang van het gewest waar de overledene zijn fiscale woonplaats had.
Afhankelijk van de graad van verwantschap met de overledene worden een aantal categorieën onderscheiden:
- tarieven voor erfenissen in rechte lijn (grootouder-ouder-kind-kleinkind), tussen echtgenoten en tussen samenwonenden
- tarieven voor erfenissen tussen broers en zussen
- tarieven voor erfenissen tussen andere personen.
- De tarieven worden toegepast per nettoverkrijging. Dat houdt in dat van het verkregen bedrag de eventuele schulden worden afgetrokken die de overledene had op de datum van zijn overlijden en de begrafeniskosten.
6. Moet de langstlevende partner geen successierechten meer betalen op de gezinswoning?
Sinds 1 januari 2007 is in het Vlaamse Gewest de langstlevende partner inderdaad vrijgesteld van successierechten op de gezinswoning. De afschaffing van de successierechten geldt zowel voor gehuwden als voor samenwonenden en ook voor broers en zussen die al drie jaar onder één dak wonen.
De maatregel sluit aan bij de humanisering van de successierechten. Dankzij de vrijstelling wordt vermeden dat de overlevende partner het huis moet verkopen omdat hij de successierechten niet kan betalen.
De vrijstelling geldt voor gehuwden, wettelijk samenwonenden en feitelijk samenwonenden.
In geval van feitelijk samenwonenden moeten de partners wel drie jaar samengewoond hebben voor het overlijden.
Houd er wel rekening mee dat:
- er tussen de samenwonenden geen verwantschap mag zijn in op- en neergaande lijn (kind-ouder-grootouder).
- als de feitelijke samenwoning onderbroken wordt wegens overmacht (bv. noodzakelijke opname in een verzorgingstehuis), dat geen reden is om de vrijstelling te weigeren.
- ook als beide partners in een rust- of verzorgingsinstelling of in een serviceflat gaan wonen, ze nog altijd als samenwonend beschouwd kunnen worden, en de woning die ze ondertussen verlaten hebben, nog in aanmerking komt voor de vrijstelling.
- de vrijstelling alleen geldt voor de langstlevende partner en niet voor andere erfgenamen. De kinderen moeten dus nog altijd successierechten betalen op bijvoorbeeld de blote eigendom van de woning waarvan de overlevende ouder het vruchtgebruik krijgt.
De vrijstelling geldt alleen voor de gezinswoning, dus niet voor een eventueel tweede verblijf. De gezinswoning is de hoofdverblijfplaats waar de partners op het ogenblik van het overlijden samenleefden.
De vrijstelling van de successierechten geldt voor overlijdens vanaf 1 januari 2007. De erflater moet dus overleden zijn in 2007, ongeacht de datum van de indiening van de nalatenschap.
terug7. Tarieven in Vlaanderen voor erfenissen in rechte lijn (grootouder-ouder-kind-kleinkind), tussen echtgenoten en tussen samenwonenden
| bedrag in euro | tarief |
|---|---|
| 0,01 tot 50.000 | 3% |
| 50.000 tot 250.000 | 9% |
| boven de 250.000 | 27% |
Specifiek voor het Vlaamse Gewest worden de roerende en onroerende goederen opgesplitst. Door die opsplitsing kan de erfgenaam tweemaal het laagste tarief genieten.
Voorbeeld:
Erfgenaam X erft een nettoverkrijging van 200.000 euro. Die verkrijging bestaat voor 150.000 euro uit onroerende en voor 50.000 euro uit roerende goederen. De tarieven worden als volgt toegepast:
- roerend gedeelte: 50.000 euro
Op die 50.000 euro is het tarief van 3% van toepassing. De successierechten op dat gedeelte bedragen 1.500 euro. - onroerend gedeelte: 150.000 euro
Op de eerste schijf van 50.000 euro is het tarief van 3% van toepassing. Op de resterende schijf van 100.000 euro is het tarief van 9% van toepassing. De successierechten op het onroerende gedeelte bedragen 1.500 + 9.000, namelijk 10.500 euro.
Dat geeft een totaal van 12.000 euro.
Sinds 1 januari 2001 worden samenwonenden in het Vlaamse Gewest definitief gelijkgesteld met gehuwden.
Ook de relatie stiefouder-stiefkind en de relatie zorgouder-zorgkind werd fiscaal aantrekkelijker gemaakt. Sinds respectievelijk 1 januari 2002 en 1 januari 2003 worden zij immers belast tegen het tarief dat geldt voor relaties tussen ouders en kinderen.
8. Tarieven voor erfenissen tussen broers en zussen
| bedrag in euro | tarief |
|---|---|
| 0,01 tot 75.000 | 30% |
| 75.000,01 tot 125.000 | 55% |
| boven de 125.000 | 65% |
Bij erfenissen in de zijlijn wordt evenwel geen opsplitsing gemaakt tussen het roerend en het onroerend gedeelte.
Voorbeeld:
Broer X en broer Y erven elk 150.000 euro van hun zus Z. De successierechten worden als volgt berekend:
75.000 euro x 30% = 22.500 euro
75.000 euro x 55% = 41.250 euro
Dat geeft een totaal van 63.750 euro per erfgenaam.
terug9. Tarieven voor erfenissen tussen andere personen
| bedrag in euro | tarief |
|---|---|
| 0,01 tot 75.000 | 45% |
| 75.000,01 tot 125.000 | 55% |
| boven de 125.000 | 65% |
In tegenstelling tot de erfenissen in rechte lijn en tussen broers en zussen worden de tarieven toegepast op de som van de nettoverkrijgingen. Elke erfgenaam betaalt een deel van de erfenisrechten in verhouding tot de ontvangen nettoverkrijging.
Voorbeeld:
Een erfenis van 100.000 euro wordt verdeeld onder twee neven (erfgenaam A krijgt 40.000 euro en erfgenaam B krijgt 60.000 euro).
De successierechten worden berekend op de som van de nettoverkrijgingen (100.000 euro). In dit geval betekent dit dat de verschuldigde successierechten 47.500 euro bedragen. Dat bedrag wordt evenredig verdeeld volgens de grootte van de nettoverkrijging. Voor erfgenaam A betekent dit dat 40% van het bedrag betaald moet worden, namelijk 19.000 euro. Erfgenaam B betaalt 60%, namelijk 28.500 euro.
terug10. Kom ik in aanmerking voor een vermindering of vrijstelling van successierechten?
Verminderingen van successierechten:
- voor erfenissen in rechte lijn, tussen echtgenoten en samenwonenden:
- vermindering van maximum 500 euro: Voor nettoverkrijgingen die niet meer bedragen dan 50.000 euro geldt er een vermindering van maximaal 500 euro.
- vermindering voor kinderen onder de 21 jaar: Bovenop vermindering 1 geldt een extra belastingvermindering van 75 euro voor elk volledig jaar dat nog moet verlopen tot ze de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben.
- vermindering voor de langstlevende echtgenoot: Bovenop vermindering 1 krijgt de overlevende echtgenoot een vermindering die gelijk is aan de helft van de aanvullende verminderingen (2) die de gemeenschappelijke kinderen samen genieten.
- voor erfenissen tussen broers en zussen:
- vermindering bij nettoverkrijgingen die kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 18.750 euro
- vermindering bij nettoverkrijgingen tussen 18.750 en 75.000 euro.
- voor erfenissen tussen andere personen:
- vermindering voor erfenissen die kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 12 500 euro
- vermindering voor erfenissen tussen 12.500 en 75.000 euro.
Vrijstelling van successierechten:
- vrijstelling voor gehandicapte personen: de hoogte van het bedrag van de vrijstelling is afhankelijk van de graad van verwantschap en de leeftijd van de gehandicapte persoon
- vrijstelling voor gronden in het VEN
- vrijstelling voor bossen
- vrijstelling voor familiale vennootschappen en familiale ondernemingen
- vrijstelling voor de langstlevende partner op de gezinswoning.







